verkiezingen-amerika-2016

Registratie

Het begint allemaal met de registratie als kiezer; Amerikanen moeten zich laten registreren om te mogen kiezen. Ze kunnen zich registreren als Democraat, Republikein of als onafhankelijke kiezer.

Inschrijving

Met een inschrijving als Republikein of als Democraat mag je meedoen aan de gesloten voorverkiezing van de eigen partij. Sommige voorverkiezingen zijn toegankelijk voor alle kiezers, dus ook de onafhankelijke.

Voorverkiezingen

Dan begint in januari van het verkiezingsjaar het voorverkiezingsseizoen. De Amerikaanse bevolking moet dan de twee kandidaten kiezen die het tegen elkaar gaan opnemen bij de echte verkiezingen in november.

Primaries en Caucussen

Maar eerst moet er beslist worden wie de kandidaten worden voor de Democraten en Republikeinen. Dit gebeurt dus in de voorverkiezingen. Voorverkiezingen kunnen op twee manieren plaatsvinden, door middel van Primaries en Caucussen. Een Primary is eigenlijk hetzelfde als in Nederland. Mensen gaan gewoon naar de stembus en brengen hun stem uit op de kandidaat van hun keuze. Een Caucus werkt heel anders. Bij een Caucus komen mensen naar een bepaalde ontmoetingsplek (een postkantoor, buurthuis, school, etc), daar laten ze hun voorkeur voor een kandidaat blijken door hun hand op te steken of in een bepaalde hoek te gaan staan. In sommige staten krijgt degene met de meeste stemmen van die staat alle afgevaardigden en soms krijgt iedere kandidaat een deel van de afgevaardigden.

Stemmen op de partijconventies

De mensen kiezen in het voorverkiezingsseizoen dus afgevaardigden. Dit zijn een soort vertegenwoordigers van de bevolking. De mensen kiezen een afgevaardigde die op één van de kandidaten gaat stemmen, de afgevaardigden zullen dan later op de partijconventies moeten stemmen op die kandidaat.

Zoveel mogelijk afgevaardigden

Een kandidaat moet dus in de voorverkiezingen zoveel mogelijk afgevaardigden verzamelen om als uiteindelijke presidentskandidaat gekozen te worden. Bij de Republikeinen bijvoorbeeld zijn dit jaar 1145 afgevaardigden voldoende voor de kandidatuur voor het presidentschap. De partijconventies vinden in augustus en september plaats.

Peperdure campagnes

Nadat de twee kandidaten voor het presidentsschap bekendgemaakt zijn, beginnen de campagnes. Aan deze campagnes wordt enorm veel geld besteed. In de verkiezingen van 2008 was dat meer dan 1,7 miljard dollar (1,4 miljard euro). Ter vergelijking: in Nederland wordt er door de grootste partijen ongeveer 1 tot 2 miljoen euro aan een verkiezingscampagne besteed.

Kandidaat met meeste kiesmannen winnaar

Bij de verkiezingen om het presidentschap gaat het om kiesmannen, eigenlijk werkt dit hetzelfde als de afgevaardigden. Alleen geldt voor alle staten ‘the winner takes all’. De kandidaat die meer dan 50% van de stemmen behaalt in een staat, krijgt àlle kiesmannen. In totaal zijn er 538 kiesmannen te verdelen, degene met de meeste kiesmannen wint de verkiezingen. De kleinste staten hebben allemaal drie kiesmannen, in grotere staten zoals Californië en New York zijn meer kiesmannen te behalen. Californië heeft als grootste staat bijvoorbeeld 55 kiesmannen. Op 6 november kan iedereen in de Verenigde Staten naar de stembus en brengt zijn stem uit. De strijd zal zich vooral gaan concentreren op de grote staten. En de staten waar zowel de Democraten als de Republikeinen kunnen winnen. Het is natuurlijk zinloos om als Democraat campagne te gaan voeren in een staat waar overwegend Republikeins gestemd wordt.

Kiesmannen vormen kiescollege

Als de verkiezingen achter de rug zijn, vormen de kiesmannen het kiescollege. Zij zullen uiteindelijk de president kiezen. Opvallend detail is dat in 25 staten de kiesmannen verplicht moeten stemmen op de winnaar van hun staat, maar voor de 25 andere staten geldt dit niet. Er kunnen dus kiesmannen, mochten ze dat willen, op de andere kandidaat stemmen. Zo kunnen ze toch nog de uitslag veranderen van de verkiezing. Dit is acht keer eerder voorgekomen in de geschiedenis van de Verenigde Staten, maar dit is al een hele tijd niet meer gebeurd. Het is dan ook onwaarschijnlijk dat het deze keer wel gebeurt.

Kandidaat met minderheid kan winnen

Door het kiesmannensysteem kan het gebeuren dat de ene kandidaat de meerderheid van de stemmen heeft, maar dat de andere kandidaat toch wint met meer kiesmannen. Dit komt omdat het kiesmannenstelsel niet gebaseerd is op evenredige vertegenwoordiging. De kleinste staten hebben allemaal drie kiesmannen, ongeacht het aantal inwoners. De staat Wyoming in de VS telt 0,18% van de inwoners van de VS, maar met drie kiesmannen heeft de staat wel 0,56% van het totale aantal kiesmannen. Zo is dat bij meer staten het geval, ook omgekeerd: een grote staat heeft verhoudingsgewijs minder kiesmannen. De kiezers zijn dus niet altijd evenredig vertegenwoordigd door hun kiesmannen. Daardoor kan het voorkomen dat een kandidaat met een minderheid van de stemmen een meerderheid van de kiesmannen heeft, en president wordt. Het is wel zo dat de 11 staten met de meeste inwoners samen genoeg kiesmannen hebben om een president te kiezen. Zij vertegenwoordigen 56% van de totale bevolking.

Al Gore kreeg in de presidentsverkiezingen van 2000 48,4% van alle stemmen, tegen 47,9% voor George Bush. Toch werd Bush president omdat hij uiteindelijk 271 kiesmannen achter zich kreeg, tegen 266 voor Gore.