President Richard Nixon

1969 - 1974

>>President Richard Nixon
President Richard Nixon2017-03-21T16:04:43+00:00
Richard Nixon

Richard Nixon

Inleiding

Nixon, Richard Milhous (Yorba Linda, Calif., 9 jan. 1913 – New York City 22 april 1994), Amerikaans staatsman, president van de Verenigde Staten van 1969 tot 1974, studeerde rechten aan de Duke-universiteit, waar hij afstudeerde in 1937, en was advocaat in Whittier (Calif.) tot 1942. Van 1942 tot 1946 diende hij bij de marine. In 1946 en 1948 werd hij tot Republikeins lid van het Huis van Afgevaardigden gekozen, in 1950 werd hij senator. Zijn (verkiezings)campagnes vielen op door hun felheid en ongegronde verdachtmaking van communistische sympathieën. Eenzelfde lijn volgde hij als lid van de commissie tegen on-Amerikaanse activiteiten. Van 1953 tot 1961 was hij vice-president onder Eisenhower.

In 1960 werd Nixon Republikeins kandidaat voor het presidentschap, maar verloor met een zeer gering aantal stemmen van zijn Democratische tegenstander John F. Kennedy. In 1962 stond hij kandidaat voor het gouverneurschap van Californië, maar verloor ook deze verkiezing. Daarop kondigde hij aan zich voorgoed te zullen terugtrekken uit de politiek, maar begon tegelijkertijd aan een zeer voorzichtige en goed voorbereide ‘come back’. In 1968 stelden de Republikeinen hem opnieuw kandidaat voor het presidentschap. Met een gering verschil versloeg hij zijn democratische tegenstander Hubert Horatio Humphrey.

Buitenlandse politiek

Nixons buitenlandse politiek was zijn voornaamste succes. Geadviseerd door Kissinger (eerst zijn assistent, sinds 1973 zijn minister van Buitenlandse Zaken) volgde hij een consequente koers van internationalisme in een tijd waarin velen in zijn partij nog een isolationistische houding van de Verenigde Staten voorstonden. Een van zijn belangrijkste besluiten is geweest de banden met de Volksrepubliek China te herstellen. In het voorjaar van 1972 bezocht hij zowel Peking als Moskou. Deze politiek van toenadering maakte een einde aan de Koude Oorlog door een nieuw evenwicht van de drie grote wereldmachten en stelde de Verenigde Staten bovendien in staat zijn militaire betrokkenheid in de oorlog in Vietnam te beëindigen.

De Nixon-doctrine behelsde voorts een nieuwe nadruk op vermindering van de Amerikaanse verantwoordelijkheid in andere delen van de wereld. In feite bleef de Amerikaanse macht echter overal aanwezig, speciaal in het Midden-Oosten, waar krachtige steun aan Israël gedurende de Oktoberoorlog (1973) gevolgd werd door een vredesbemiddeling die toenadering tot de Arabische landen inhield.

Binnenlandse politiek

In de binnenlandse politiek remde Nixon de sociale programma’s tegen de armoede en voor de rassenintegratie enigszins af, en de federale bemoeienis met de staten werd verminderd. Bij monde van zijn vice-president Agnew legde Nixon de nadruk op ‘law and order’. Nixon hoopte door een beroep te doen op de zgn. ‘zwijgende meerderheid’ stemmen voor de Republikeinen te winnen en een einde te maken aan de sinds Roosevelt bestaande Democratische meerderheid in het Congres.

In 1972 behaalde Nixon een zeer grote verkiezingszege op de zwakke democratische kandidaat voor het presidentschap, George McGovern. Later zou blijken dat deze overwinning mede te danken was aan de onoorbare manipulaties van het Republikeinse Comité tot herverkiezing van de President en dat het Witte Huis zelf bij deze acties betrokken was. Een aantal van Nixons medewerkers uit het Witte Huis werd aangeklaagd (en veroordeeld), maar hijzelf hield zijn onschuld in de Watergate-affaire vol en pas in aug. 1974 moest hij, gedwongen door een uitspraak van het Hooggerechtshof, gegevens openbaar maken die het bewijs leverden van zijn betrokkenheid. Daarop werd hij door zijn staf en door de leiders van zijn partij tot aftreden gedwongen (9 aug. 1974), nog voordat het tot een impeachment kon komen.

Nixon werd opgevolgd door zijn vice-president Gerald Ford, die hem begin sept. 1974 amnestie verleende voor de strafbare feiten die hij tijdens zijn presidentschap had of mocht hebben begaan. Vanaf 1976 maakte hij verschillende (officieuze) reizen, o.a. naar China en de Sovjet-Unie, waar hij Gorbatsjov ontmoette.

Doordat zijn rol in de Watergate-affaire en zijn Vietnampolitiek in de schijnwerpers stonden, kreeg het succes dat hij op andere terreinen behaalde niet de aandacht die het verdiende. Nixons economische politiek had grotendeels het beoogde rendement en was bovendien in hoge mate ‘sociaal’. Ook het beleid inzake de burgerrechten van de zwarte minderheid bracht vergaande veranderingen ten goede, vooral op het gebied van de rassenscheiding op scholen.