Flag Virginia

Old Dominition State

English version?

Inleiding

Virginia (afk.: VA of Va.) staat van de Verenigde Staten van Amerika, 105.716 km2, met 6,1 miljoen inw. (48 inw. per km2); hoofdstad: Richmond.

Fysische Geografie

Het oostelijk deel bestaat uit een 100 km brede en zandige kustvlakte met veel lagunen en in het zuiden op de grens van North Carolina een groot moeras, Great Dismal Swamp. De lengte van de kustlijn is 5334 km, terwijl de kust hemelsbreed maar 180 km is. De rivieren Potomac, Rappahannock, York en James verdelen door hun 5 tot 10 km brede mondingen de kustvlakte in grote schiereilanden en verzamelen zich in de 30 tot 50 km brede Chesapeake Bay. Het schiereiland Delmarva, dat tot Virginia behoort, maar vastzit aan Maryland, sluit de Chesapeake Bay, waarvan het zuidelijk deel tot Virginia behoort, grotendeels af. Voor de oceaankust liggen talrijke eilandjes; in de Chesapeake Bay behoren Tangier, Watts en Fox Islands tot Virginia. De kustvlakte eindigt bij de Fall Line, de door een breuk bepaalde overgang naar de Piedmont, het oostelijk randgebied. Het is een golvend landschap, dat bestaat uit een oude kristallijne ondergrond, met leemlagen bedekt. De Blue Ridge (1200–1500 m hoog), die met een 800 m steile rand oprijst boven de Piedmont, is sterk geplooid en bestaat uit kristallijn gesteente. Ten westen van de Blue Ridge ligt het Ridge- and Valley-gebied; brede dalen zijn hier gescheiden door scherpe kammen. De dalen liggen gemiddeld 300 m hoog, de kammen komen tot boven de 1200 m. In het zuiden ligt Mount Rogers (1746 m), het hoogste punt van Virginia. Hier ligt het Shenandoah National Park. In het westen wordt dit gebied afgesloten door de 500 m hoge steile rand van de Allegheny Mountains. In het uiterste zuidwesten behoort een deel van Virginia tot het 1600 m hoge Appalachian Plateau. Behalve de kustvlakte behoren alle genoemde gebieden tot de Appalachen. De afwatering van de Great Valley gaat via de Shenandoah naar het noorden; deze mondt uit in de noordelijke grensrivier, de Potomac. De Jackson en Cowpasture stromen zuidelijk naar de James River, die ten oosten van de Blue Ridge nog de North en de Appomattox opneemt. In het zuiden breekt ook de Roanoke door de Blue Ridge heen, maar mondt uit ten zuiden van Virginia. In deze rivier is op de grens met North Carolina een grote stuwdam gebouwd, waardoor een stuwmeer is ontstaan (John H. Kerr Reservoir, 200 km2). Op de oostzijde van de Blue Ridge ontspringen de Rappahannock en haar zijrivier de Rapidan. Op de Piedmont ontspringt de Pamunkey en haar zijrivieren. De rivieren zijn bevaarbaar tot aan de Fall Line, waar de stroomversnellingen beginnen. In Virginia ontspringen veel warme bronnen. Virginia heeft in het oosten een zeeklimaat; naar het westen worden de temperatuurtegenstellingen groter. De neerslag is verdeeld over het hele jaar, met een maximum in de zomermaanden; in de Great Valley is de neerslag beduidend minder dan elders. Te Richmond zijn de gemiddelde maandtemperaturen in januari 2,5 °C en in juli 25,5 °C; de jaarlijkse neerslag is er 106 cm.

Bevolking

De gemiddelde bevolkingsdichtheid bedraagt 56 inw. per km2. Van de bevolking woont ongeveer 69% in de stedelijke gebieden. De grootste steden zijn Virginia Beach, Norfolk, Richmond en Newport News.

Economie

De belangrijkste sectoren van de economie zijn dienstverlening, industrie en handel. In overheidsdienst (lokaal, staats- en nationaal) is een groot deel van de beroepsbevolking werkzaam; ongeveer de helft hiervan in federale (militaire of civiele) dienst. Behalve het Pentagon (te Arlington, tegenover Washington) is er in de staat nog een groot aantal andere militaire instellingen. De Port of Hampton Roads (Norfolk) is een van de belangrijkste havens van de Verenigde Staten. De industrie produceert o.m. chemische producten, sigaren en sigaretten, voedings- en transportmiddelen, kunststoffen (vooral kunstvezels), voorts textiel, papier en meubelen. De landbouw produceert vooral tabak, maïs, hooi, fruit (appels) en grondnoten; de veestapel omvat rundvee (zuivelproductie), pluimvee en varkens. De belangrijkste delfstof is steenkool; voorts worden er o.m. lood- en zinkerts, zand, gas en grind en titaanerts gewonnen.

Bezienswaardigheden

Toerisme is van grote betekenis, met als trekpleisters o.a. de nationale begraafplaats in Arlington, het Colonial National Historical Park met het gerestaureerde stadje Williamsburg, en het Jamestown Settlement, het Shenandoah National Park (782 km2), van waaruit de Blue Ridge National Parkway hoog over de kam van de Blue Ridge zuidwestwaarts leidt tot in North Carolina, en de slagvelden uit de Burgeroorlog, w.o. Manassas, Fredericksburg, Richmond en Petersburg.

Geschiedenis

Virginia, genoemd naar de Engelse ‘virgin queen’ Elizabeth I, is de oudste Engelse kolonie in Noord-Amerika. Het heeft dan ook de bijnaam The old dominion. De eerste vestiging van kolonisten vond plaats in 1607 onder leiding van kapitein John Smith. De ontberingen waren aanvankelijk groot. De situatie verbeterde echter, toen in 1614 een goede economische basis werd gevonden in het verbouwen van tabak. In 1619 reeds kreeg Virginia een eigen volksvertegenwoordiging ( ‘House of Burgesses’). In hetzelfde jaar werden de eerste slaven ingevoerd. In 1622 kwamen de Indianen in het gebied tevergeefs in opstand. In 1624 herriep koning Jacobus I het charter van de Virginia Company. Virginia werd een kroonkolonie en m.n. onder het gouverneurschap van Sir William Berkeley (1642–1652; 1660–1672) kwam de kolonie tot bloei. Berkeley regeerde echter zo autoritair dat er in 1676 een opstand uitbarstte, onder leiding van Nathaniel Bacon (Bacon’s rebellion), die weliswaar faalde, maar toch de val van Berkeley betekende.

Virginia kwam in de 18de eeuw tot grote bloei. De westelijke grens van de staat was onduidelijk; kolonisten die doordrongen tot in het gebied van het Ohiodal, kwamen daar in botsing met de Fransen. De Franse dreiging verdween na de ‘French and Indian war’ (1755–1762) en daarna konden in 1774 ook de Indianen worden verslagen (Slag bij Point Pleasant). Met Massachusetts speelde Virginia een leidende rol in de Amerikaanse Vrijheidsoorlog.

Conventies, die in 1774–1776 bijeenkwamen, matigden zich de soevereiniteit aan. In 1776 werd een Bill of Rights aangenomen, die als voorbeeld zou dienen in heel Amerika. Op het grondgebied van de staat werd hevig gevochten; bij Yorktown vond de definitieve capitulatie van de Engelse troepen plaats (1781). Ook in de verdere ontwikkeling van de nieuwe Unie had Virginia een groot aandeel. Jefferson (ontwerper van de Onafhankelijkheidsverklaring), Madison (Vader der Constitutie) en Washington (eerste president) kwamen uit Virginia, evenals alle presidenten tussen 1801 en 1825. Virginia trad in 1788 als tiende van de oorspronkelijke 13 koloniën toe tot de Unie.

De terugslag kwam via de slavernijkwestie. Reeds in de 18de eeuw had zich in de staat de tegenstelling geopenbaard tussen het op slavernij drijvende kustgebied enerzijds en het het slavernijsysteem afwijzende westelijke bergland anderzijds. In 1831 vonden in de wetgevende vergadering de laatste openlijke debatten over het probleem van de slavernij plaats. In hetzelfde jaar vond de, mislukte, slavenopstand plaats van Nat Turner. Daarna was van enige vrijheid geen sprake meer en Virginia werd het hart van het slavengebied. Het sloot zich in april 1861 dan ook aan bij de Geconfedereerde Staten. De hoofdstad (sinds 1779) Richmond werd nu de hoofdstad van het hele Zuiden. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog had Virginia zwaar te lijden. Het westelijk bergland bleef trouw aan de Unie en scheidde zich af als de aparte staat West-Virginia. Na de Burgeroorlog volgden de bezetting door het Noorden en de Reconstruction. In 1870 werd Virginia weer toegelaten tot de Unie. Het bleef sindsdien een uiterst conservatieve staat, geregeerd door een oligarchie van blanken, die niet alleen de negers, maar ook het grootste deel van de arme blanken wist uit te schakelen in het politieke proces. De belangrijkste leider van de staat in de 20ste eeuw, gouverneur (1926–1930) en senator (1933–1965) Harry Byrd, was lange tijd oppermachtig door middel van zijn politieke ‘machine’, een hecht sluitende organisatie. Toen het rassenprobleem in de jaren vijftig urgent werd, begon Virginia onder leiding van Byrd met een politiek van massive resistance, die echter in 1959 moest worden opgegeven. In de jaren zestig kwam de Byrd-machine ten val ten gevolge van de enorme uitbreiding van het kiesrecht door de nieuwe kieswet van 1965, waarmee de mogelijkheid in de richting van een democratische ontwikkeling werd gegeven. Sindsdien zijn zowel de Democraten als Republikeinen aan de macht geweest. In 1989 won L. Douglas Wilder de gouverneursverkiezingen. Deze werd daarmee de eerste zwarte gouverneur in de geschiedenis van de Verenigde Staten.