Alabama

Verenigde Staten van Amerika

Alabama 2017-03-21T15:58:51+00:00
Flag Alabama

Yellowhammer State

English version?

Inleiding

Alabama (afk.: AL of Ala.), staat in het zuidoosten van de Verenigde Staten van Amerika, aan de Golf van Mexico, 133.667 km2, met ca. 4,04 miljoen inw.; hoofdstad: Montgomery.

Fysische Geografie

Alabama strekt zich uit van de uitlopers van de Appalachen in het noorden over de vruchtbare zwarte-aardegebieden (de Black Belt) tot aan de moerassige Golfkustvlakte. De grootste rivier is de 500 km lange Alabama, die de staat van het noordoosten naar het zuidwesten doorsnijdt. Er heerst een vochtig, subtropisch klimaat, met lange warme zomers en korte zachte winters.

Bevolking

De gemiddelde bevolkingsdichtheid bedraagt 30 inw. per km2. Van de bevolking woont 60% in de stedelijke gebieden. De grootste bevolkingscentra zijn die van Birmingham, Mobile, Huntsville, Montgomery.

Economie

Tot de Tweede Wereldoorlog berustte de economie van de staat vooral op de landbouw, sedertdien zijn industrie en handel sterk opgekomen; met name de vestiging van een researchcentrum voor raketten en een ruimtevaartcentrum, beide in Huntsville, heeft de industrie een sterke stimulans gegeven. De landbouw neemt niettemin nog steeds een belangrijke plaats in. De voornaamste akkerbouwproducten zijn katoen, maïs, sojabonen en aardnoten. Veeteelt is thans vooral van belang in de Black Belt (eertijds vrijwel geheel door de katoenteelt in beslag genomen) en in het zuidwesten. De industrie produceert o.a. aluminium, transportmiddelen, textiel, papier, machines, voedingsmiddelen, chemicaliën, ijzer, staal en plastics. De belangrijkste mijnbouwproducten zijn bauxiet, steenkool en aardolie. De haven van Mobile behoort tot de belangrijkste zeehavens van de Verenigde Staten. Tot de bezienswaardigheden behoren Horseshoe Bend National Military Park (waar in 1814 Andrew Jackson de Indianen versloeg), Mound State Park in Moundville en de Noccalula Falls bij Gadsden.

Geschiedenis

De voornaamste Indianenstammen die dit gebied bewoonden ten tijde van de Europese ontdekkingsreizen, waren de Chickasaw, Cherokee, Muskogee ( ‘Creek‘), Choctaw en Natchez. In 1540 leverde de Spanjaard Hernan(do) de Soto slag tegen het opperhoofd Tuscaloosa, waarbij enkele duizenden Indianen omkwamen. In 1559 werd in de baai van Mobile een Spaans fort gesticht, maar de eerste definitieve nederzetting dateert van 1701; toen stichtte de Fransman D’Iberville bij Mobile een fort. Van hieruit werd de Franse invloed uitgebreid naar het noorden, waar ze op de Engelse stuitte. In 1763 moesten de Fransen het gebied opgeven. Toen in 1783 Engeland de Verenigde Staten erkende als onafhankelijke staat, gaf het tegelijk Florida terug aan Spanje, waardoor het kustgebied met Mobile tot 1812 in Spaanse handen bleef. Het Mississippi-territorium dat de Verenigde Staten in 1798 hadden gevormd en dat de staten Mississippi en Alabama omvatte, bleef tot 1812 voornamelijk in handen van de Indiaanse stammen, de Creek e.a. Deze overvielen in 1813 een blanke nederzetting en vermoordden 517 mannen, vrouwen en kinderen. Maar in het daaropvolgende jaar werden de Creek vernietigend verslagen door generaal Andrew Jackson (slag bij Horseshoe Bend). Van nu af stroomden de blanke kolonisten het gebied binnen, de Indianen werden verplaatst over de Mississippi, en in 1819 werd Alabama als (22ste) staat in de Unie opgenomen. Het werd door zijn katoenverbouw een van de belangrijkste zuidelijke staten en had in 1860 een bevolking van ruim 960.000 zielen, waarvan 55% slaven.

In Montgomery, de hoofdstad, werd in 1861 de onafhankelijkheid van het Zuiden uitgeroepen. Na de Amerikaanse Burgeroorlog bleef de staat tot 1874 onder Noordelijke bezetting en sindsdien is het een van de sterkste bolwerken van het Zuiden, democratisch in partijkeuze totdat in 1964 Goldwater als nieuwe kampioen van de idee van de States’ Rights er de overwinning behaalde.

Reeds in de vorige eeuw begon er industrie op te bloeien rondom Birmingham, en dit veranderde toch het karakter van de samenleving. Er kwamen vele hervormingen tot stand, in het bijzonder onder het gouverneurschap van Frank M. Dixon (1939–1943); de negers deelden echter te zelden in de verbeteringen. Juist in Alabama begon daarom hun krachtigste protest, geleid door de predikant van de baptisten in Montgomery, Martin Luther King. Hierdoor kwam het in de staat tot hevige conflicten, o.a. in Birmingham in 1963 en in Selma in 1965. Dit heeft mede geleid tot het in 1964 aannemen van de Civil Rights Act, die rassenscheiding in de Verenigde Staten verbood.