De grote democratisering

Geschiedenis van de Verenigde Staten

De grote democratisering2017-03-21T16:00:45+00:00

Weliswaar waren de Verenigde Staten opgezet als een democratie, maar aanvankelijk was dat slechts een beperkte, want het kiesrecht was voorbehouden aan de bezittende klasse en slechts een kleine elite bepaalde de politiek. Van de eerste zes presidenten waren er vier planters uit Virginia en de andere twee, vader en zoon Adams, conservatieven uit Massachusetts. Toen in 1828 Andrew Jackson tot president werd gekozen, was dat de uitdrukking van een democratiseringsproces, dat zich vanuit het westen snel over Amerika verspreidde. Jackson was de leider van het volk, dat in verzet kwam tegen de oude elite, zo werd het tenminste gevoeld. Zijn partij wisselde van naam, niet langer noemde zij zich Republikeins, maar Democratisch. Daartegenover verenigden de oude conservatieve handels- en industriekringen, die vooral in Nieuw Engeland zetelden, zich in een nieuwe partij met de naam Whigs, om aan te geven dat zij, naar eigen mening, erfgenamen waren van de vrijheidsstrijd tegen Engeland en zich daarom nu moesten verzetten tegen wat zij noemden de dictatuur van ‘King Andrew’. Zij waren wezenlijk de voortzetters van Hamiltons idealen, hun grote leider Henry Clay pleitte voor het zgn. American System: een sterke federale regering moest de industrie met tarieven beschermen, de infrastructuur van het land opbouwen door de aanleg van kanalen en wegen en zo het westelijke landbouwgebied binden aan de industriekernen in het oosten. Daartegenover predikte Jackson het oude evangelie van Jefferson, de rechten van de staten, de vrije economie, verzet tegen alle monopolies. In 1832 weigerde Jackson het charter van de Nationale Bank te vernieuwen en werd daardoor zo populair dat hij met een enorme meerderheid werd herkozen. Na zijn aftreden in 1837 brak de eerste grote economische crisis uit, die veel armoede en ontwrichting bracht. De democratisering, waarvan Jackson de exponent was, bleek vooral ook in de diverse staten van betekenis. Overal werd in de jaren tussen 1820 en 1840 het algemeen kiesrecht ingevoerd, overigens alleen voor blanke mannen. Maar de Verenigde Staten waren daarmee toch ver vooruit op Europa.