Ohio
Verenigde Staten van Amerika

Buckeye State
Inleiding
Ohio (afk.: OH of Oh.), staat van de Verenigde
Staten van Amerika, begrensd door Michigan, Canada, Pennsylvania,
West-Virginia, Kentucky en Indiana, 106.765 km2, met 10,8 miljoen inw.;
hoofdstad: Columbus.
Fysische Geografie
Het westen van Ohio bestaat uit een golvend
prairielandschap, waaruit zich enkele bergruggen verheffen. Campbell Hill
(472 m) vormt hier het hoogste punt van de staat; het laagste punt (134 m)
bevindt zich in het zuidwesten, waar de rivier de Ohio de staat verlaat.
In oostelijke richting gaat het prairielandschap geleidelijk over in de
uitlopers van de Allegheny Mountains (het Alleghenyplateau) en naar het
noorden in de kustvlakte van het Eriemeer. Dwars door Ohio loopt de vrij
lage waterscheiding tussen het stroomgebied van de Mississippi en het met
de Atlantische Oceaan in verbinding staande Eriemeer. Vele korte,
noordwaarts stromende rivieren monden uit in het Eriemeer (Maumee River,
Sandusky River e.a.); het noordelijk deel van de staat wordt echter vnl.
ontwaterd door de Ohio met haar zijrivieren. Het klimaat van Ohio kent,
evenals dat van de hele Mid West, grote temperatuurverschillen.
Bevolking
De gemiddelde bevolkingsdichtheid bedraagt 93 inw.
per km2. Ongeveer 74% van de bevolking woont in stedelijke gebieden. De
grootste steden zijn: Cleveland, Columbus, Cincinnati en Toledo.
Economie
Ohio is een van de meest geļndustrialiseerde
staten van de Verenigde Staten. De industrie produceert vnl.
transportmiddelen (ook onderdelen), plastics, machines, ijzer en staal,
elektrische apparaten, rubber-, klei- en glasproducten, textiel en
huishoudelijke apparaten, levensmiddelen, chemische producten; Toledo is
het voornaamste centrum van glasindustrie in de Verenigde Staten, Akron
behoort tot de belangrijkste centra voor rubberproductie ter wereld. De
dienstverlenende sector neemt naast de industrie in Ohio een grote plaats
in. Het belang van de landbouw voor de economie van de staat neemt gestaag
in belang af; ze omvat de teelt van maļs, tarwe, haver, sojabonen, tabak,
aardappelen, hooi en fruit; verder de teelt van rundvee, varkens, schapen
en pluimvee. De belangrijkste delfstoffen zijn steenkool, aardgas,
aardolie.
Bezienswaardigheden
Onder de historische bezienswaardigheden in Ohio
bevinden zich Indiaanse grafheuvels, m.n. die van Mount City Group
National Monument en de Great Serpent Mound. De pionierstijd herleeft o.m.
in het Schoenbrunn Village State Memorial, waar zich een reconstructie van
een Hernhutternederzetting uit 1772 bevindt. Druk bezochte toeristenoorden
zijn de plaatsen aan Sandusky Bay (Lake Erie) en de aldaar voor de kust
liggende eilanden.
Geschiedenis
Blijkens gevonden resten moet Ohio reeds ca. 3000
v.C. bewoond zijn geweest. De Adena-Indianen (ca. 800 v.C.) waren behalve
jagers en verzamelaars ook al landbouwers; zij lieten ronde woningen en
grafheuvels na, enig vaatwerk en eenvoudige sieraden van gedegen koper en
mica. Van de Hopewell-cultuur (ca. 600 v.C.1500 n.C.) kent men fraai
gesneden pijpen en kunstige ornamenten van mica, koper en paarlemoer,
gevonden in en bij uitgebreide schanswerken en merkwaardige beeldheuvels.
De beroemdste beeldheuvel is Serpent Mound, in de vorm van een slang (meer
dan 400 m lang). Franse ontdekkingsreizigers waren de eerste
blanken die (in 1669) in deze streek doordrongen: Louis Jolliet langs het
Eriemeer, La Salle langs de rivier de Ohio. Engelsen kwamen weldra uit het
oosten en overvleugelden met hun veel grotere aantallen de Fransen. In
1747 werd in Virginia een Ohio-company gevormd om de kolonisatie te
bevorderen. In de Zevenjarige Oorlog (in Amerika de French-and-Indian-war
genoemd) werd er hevig gevochten in de wildernis en pas na de
onderdrukking van de Indiaanse opstand van Pontiac konden de Engelsen in
1764 hun gezag weer vestigen. Tijdens de Amerikaanse Vrijheidsoorlog werd
Ohio opnieuw hevig omstreden; daarna werd het Amerikaans. In 1787 werd
Ohio een deel van het nieuw georganiseerde noordwestelijke territorium, in
1788 arriveerde Arthur St. Clair als eerste gouverneur. Nu stroomden er
vele kolonisten toe, maar de Indianen verzetten zich daartegen. In 1791
werd St. Clair met zware verliezen teruggeworpen bij de rivier de Wabash,
maar in 1794 wist generaal Anthony Wayne de Indianen een vernietigende
slag toe te brengen bij Fallen Timbers, waarop in 1795 bij het Verdrag van
Greenville het grootste deel van het Indiaanse gebied aan de blanken werd
afgestaan. Daarna volgde een zo snelle bevolkingsaanwas dat Ohio reeds in
1803 als 17de staat tot de Unie kon toetreden.