Alabama
Verenigde Staten van Amerika
Yellowhammer State
Inleiding
Alabama (afk.: AL of
Ala.), staat in het
zuidoosten van de Verenigde Staten van Amerika, aan de Golf van Mexico,
133.667 km2, met ca. 4,04 miljoen inw.; hoofdstad: Montgomery.
Fysische Geografie
Alabama strekt zich uit van de uitlopers van
de Appalachen in het noorden over de vruchtbare zwarte-aardegebieden (de
Black Belt) tot aan de moerassige Golfkustvlakte. De grootste rivier is de
500 km lange Alabama, die de staat van het noordoosten naar het zuidwesten
doorsnijdt. Er heerst een vochtig, subtropisch klimaat, met lange warme
zomers en korte zachte winters.
Bevolking
De gemiddelde bevolkingsdichtheid bedraagt 30
inw. per km2. Van de bevolking woont 60% in de stedelijke gebieden. De
grootste bevolkingscentra zijn die van Birmingham, Mobile, Huntsville,
Montgomery.
Economie
Tot de Tweede
Wereldoorlog berustte de economie van de staat vooral op de landbouw,
sedertdien zijn industrie en handel sterk opgekomen; met name de vestiging
van een researchcentrum voor raketten en een ruimtevaartcentrum, beide in
Huntsville, heeft de industrie een sterke stimulans gegeven. De landbouw
neemt niettemin nog steeds een belangrijke plaats in. De voornaamste
akkerbouwproducten zijn katoen, maïs, sojabonen en aardnoten. Veeteelt is
thans vooral van belang in de Black Belt (eertijds vrijwel geheel door de
katoenteelt in beslag genomen) en in het zuidwesten. De industrie
produceert o.a. aluminium, transportmiddelen, textiel, papier, machines,
voedingsmiddelen, chemicaliën, ijzer, staal en plastics. De belangrijkste
mijnbouwproducten zijn bauxiet, steenkool en aardolie. De haven van Mobile
behoort tot de belangrijkste zeehavens van de Verenigde Staten. Tot de
bezienswaardigheden behoren Horseshoe Bend National Military Park (waar in
1814 Andrew Jackson de Indianen versloeg), Mound State Park
in Moundville en de Noccalula Falls bij Gadsden.
Geschiedenis
De voornaamste Indianenstammen die dit gebied
bewoonden ten tijde van de Europese ontdekkingsreizen, waren de Chickasaw,
Cherokee, Muskogee (
‘Creek‘),
Choctaw en Natchez. In 1540 leverde de Spanjaard Hernan(do) de Soto slag
tegen het opperhoofd Tuscaloosa, waarbij enkele duizenden Indianen
omkwamen. In 1559 werd in de baai van Mobile een Spaans fort gesticht,
maar de eerste definitieve nederzetting dateert van 1701; toen stichtte de
Fransman D'Iberville bij Mobile een fort. Van hieruit werd de Franse
invloed uitgebreid naar het noorden, waar ze op de Engelse stuitte. In
1763 moesten de Fransen het gebied opgeven. Toen in 1783 Engeland de
Verenigde Staten erkende als onafhankelijke
staat, gaf het tegelijk Florida terug aan Spanje, waardoor het kustgebied
met Mobile tot 1812 in Spaanse handen bleef. Het Mississippi-territorium
dat de Verenigde Staten in 1798 hadden gevormd en dat de staten
Mississippi en Alabama omvatte, bleef tot 1812 voornamelijk in handen van
de Indiaanse stammen, de Creek e.a. Deze overvielen in 1813 een blanke
nederzetting en vermoordden 517 mannen, vrouwen en kinderen. Maar in het
daaropvolgende jaar werden de Creek vernietigend verslagen door generaal
Andrew Jackson (slag bij Horseshoe Bend). Van nu af stroomden de blanke
kolonisten het gebied binnen, de Indianen werden verplaatst over de
Mississippi, en in 1819 werd Alabama als (22ste) staat in de Unie
opgenomen. Het werd door zijn katoenverbouw een van de belangrijkste
zuidelijke staten en had in 1860 een bevolking van ruim 960.000
zielen, waarvan 55% slaven.
In Montgomery, de hoofdstad, werd in 1861 de
onafhankelijkheid van het Zuiden uitgeroepen.
Na de Amerikaanse Burgeroorlog bleef de staat tot 1874 onder Noordelijke
bezetting
en sindsdien is het een van de sterkste bolwerken van het Zuiden,
democratisch in partijkeuze totdat in 1964 Goldwater als nieuwe kampioen
van de idee van de States’ Rights er de overwinning behaalde.
Reeds in de vorige eeuw begon er industrie op te bloeien rondom
Birmingham, en dit veranderde toch het karakter van de samenleving. Er
kwamen vele hervormingen tot stand, in het bijzonder onder het
gouverneurschap van Frank M. Dixon (1939–1943); de negers deelden echter
te zelden in de verbeteringen. Juist in Alabama begon daarom hun
krachtigste protest, geleid door de predikant van de baptisten in
Montgomery, Martin Luther King. Hierdoor kwam
het in de staat tot hevige conflicten, o.a. in Birmingham in 1963 en in
Selma in 1965. Dit heeft mede geleid tot het in 1964 aannemen van de Civil
Rights Act, die rassenscheiding in de Verenigde Staten verbood.