Geschiedenis
De strijd tussen noord en zuid
De stichters van de Amerikaanse staat
hadden zich ernstige zorgen gemaakt hoe zij hun federatie bij elkaar zouden
kunnen houden. Met name in het Zuiden was sprake van een opstandige geest tegen
het federale gezag en deze werd sterker naarmate de zuidelijke positie
verzwakte. In het conflict dat uiteindelijk ontstond draaide alles om het
probleem van de slavernij. Terwijl de Noordelijke Staten voor of ca. 1800
overgingen tot, meestal geleidelijke, afschaffing van het systeem, schoot het in
het Zuiden juist diepe wortels door de opkomst van de katoenverbouw. In het
Noorden deden ondertussen de abolitionisten van zich spreken, radicale
tegenstanders van de slavernij, die langzamerhand steeds meer indruk begonnen te
maken. Zo verscherpten zich de tegenstellingen. Maar de tegenstellingen zouden
niet zo urgent zijn geworden, als niet de uitbreiding naar het westen zulke
grote dilemma's had opgeroepen. Zoals gezegd werd aanvankelijk nog getracht een
zeker evenwicht tussen Noord en Zuid te bewaren. De problemen werden echter
steeds groter en alleen via compromissen in het Congres bleef de eenheid binnen
de Unie gehandhaafd, zoals in het geval van de toelating tot de Unie van
Californië in 1850. Californië lag ten dele in het Zuiden, maar slavernij zou
verboden zijn. Als zoenoffer aan het Zuiden kwam een strenge wet op ontvluchte
slaven, waarbij de federale macht kon worden ingeschakeld als slaven naar het
noorden ontsnapten. Maar weldra bleek dat een noodoplossing. Ten gevolge van de
nieuwe wet ontwaakte in het Noorden de sympathie voor de negers, het
abolitionisme groeide plotseling snel. In 1852 verscheen het boek van Harriet
Beecher Stowe Uncle Tom's cabin en dit maakte het hele probleem
wereldkundig. Snel volgden de gebeurtenissen elkaar nu op. In 1854 kwam het
voorstel de pioniers in het westen zelf te laten beslissen (Kansas-Nebraska-wet
1854), maar in de praktijk leidde dat tot felle gevechten tussen voor- en
tegenstanders van de slavernij in Kansas (Bleeding Kansas). Het Hooggerechtshof
verklaarde in 1857 dat slaven altijd en overal bezit bleven, ook als hun
eigenaar ze meenam naar het Noorden. Het ging de noorderlingen niet in de eerste
plaats om sympathie voor de neger; wat veeleer in het geding was, was de vrije
toegang tot het westen voor de kleine boeren. Dat was zo’n groot belang dat er
in deze jaren een algehele partijverschuiving plaatsvond. De Whigs, die ook
aanhang hadden onder de rijke planters van het Zuiden, raakten zo verscheurd
over deze zaak, dat hun partij letterlijk ten onder ging. Onder hun noordelijke
aanhangers werd een nieuwe partij gesticht, die zich de Republikeinen noemde. In
haar vaandel schreef deze partij de vrijheid van het westen. Niet de kolonisten
zelf zouden daar moeten beslissen of ze slavernij wilden, maar het Congres. De
gedachte aan een sterk centraal gezag was dus primair. De nieuwe partij was
geheel regionaal, alleen in het Noorden vond ze aanhang. Maar dat bleek algauw
voldoende. Immigratie had in de laatste jaren het Noorden driemaal zo sterk in
bevolking gemaakt als het Zuiden, dat met zijn slavernijsysteem geen toevloed
van blanken kende. In 1860 won de Republikeinse presidentskandidaat Abraham
Lincoln de verkiezingen. Hoewel Lincoln geen abolitionist was, was zijn
verkiezing voor het Zuiden aanleiding om zich af te scheiden. In april 1861 kwam
het tot een gewapend treffen en daarmee begon de Burgeroorlog. De oorlog mondde uit in een
overwinning voor het Noorden onder leiding van Lincoln (1865). Deze werd op 14
april 1865 in een schouwburg neergeschoten door een zuidelijke fanaticus.
De Burgeroorlog was een strijd met als
inzet het voortbestaan van de slavernij, maar tegelijk waren andere zaken in het
spel. Tijdens de oorlog bevrijdde Lincoln de slaven per proclamatie, die op 1
januari 1863 van kracht werd (grondwettig bekrachtigd door het 13de amendement op
de Grondwet, 1865). Maar voor Lincoln ging het in de strijd minstens zozeer om
het behoud van de Unie, die immers het bewijs en de toetssteen van de democratie
moest zijn. Met die Unie was dan ook het federale systeem in het geding; eens en
voorgoed werd bewezen dat een staat niet zo maar de Unie kan verlaten.
Economisch heeft de Burgeroorlog weer een andere betekenis gehad: het
industriële, voor protectie geporteerde Noorden won van het agrarische,
liberale Zuiden en na de oorlog begon dan ook de fabelachtige opbloei van de
Amerikaanse industrie. Een laatste groot gevolg van de oorlog was de
openstelling van het westen als vrij land voor de kolonisten (Homestead Act
1862).